You are currently browsing the category archive for the ‘Scraps’ category.

Just another scrap, from the scrapheap – in Dutch:

——————–

Vooraan in de bar gaf Barcelona Santander partij, Munitis was gekwetst, obligaat drupte het vet uit de jamons die aan het rokerige plafond bevestigd waren, Paco verzoop het geld van zijn familie, Fernando het geld van de lotto, en achteraan in de bar hingen vergeelde foto’s van Buenos Aires, de Avenida del Libertador, Astor Piazzolla, de Boca Juniors, foto’s die als heipalen het leven van deze generatie in Mecinilla ankerden aan het leven van de vorige generaties in Argentinië, die op hun beurt na een lange boottocht uit Italië gekomen waren. Overdag waren de sierra’s nog warm in november, ’s avonds bracht een valwind de koude van grote hoogte mee, en het eenzame geblaf van geketende honden in de Andalusische nacht. De vino collapso had Paco inmiddels balorig gemaakt, met drank is het altijd hetzelfde liedje, in slaap vallen, de vrouw van een ander ambeteren, of in Paco’s geval naar de elfjarige dochter van de buren lonken. Zo was vandaag zoals gisteren was en zoals morgen zal zijn in Bar Martin. Van Paco’s geleuter keek eigenlijk allang niemand meer op, Santander had geen schijn van kans, we trokken de deur van de bar achter ons dicht en liepen naar de Plaza Gerald Brenan, die ooit als eerste expat in de Alpujarras neerstreek, met dertien muilezels, tweeduizend boeken, en Virgina Woolf. Andalusië was toen nog een paradijs zonder Engelsen, een paradijs van ongeletterdheid en armoede, de burgeroorlog moest er nog aankomen, Koestler nog in de bak vliegen in Malaga, Walter Benjamin zelfmoord plegen in Portbou na door Franco’s fascisten het land uitgezet te zijn, maar dan was de tweede wereldoorlog al bezig en konden we het niet meer op de Spanjaarden steken.  

A small entry in Dutch, by way of exception:

————-

Toen de zee uiteindelijk concludeerde dat het karige helmgras van haar minnaars te min was voor haar blauwe schittering en vol zelfvertrouwen besloot het elders te proberen, bleven de duinen verweesd als heuvels achter, treurig en doelloos, ontwakend in een beslapen maar leeg bed, met hun eeltige vingertoppen de afdruk bevoelend van waar ze gelegen had maar nooit meer liggen zou. Als herinnering aan wat geweest was rolde in plaats van golven vaak een genadeloze wind aan, die de vlakte als jaagpad gebruikte, die meeuwen landinwaarts meevoerde, en die inbeukte op onze treurige en doelloze heuvels, die als de vergeelde tanden van een ouwe grijsaard verspreid lagen over deze verweerde kom. Het was een wind die heerste over het land, die in het landschap kerfde, die alle andere natuurelementen onttroond had en waarvoor de bomen deemoedig hun kruin bogen, die de dieren verschrikt deed opkijken, die molens draaide en met volle gewicht op de achterkant van hun gevlucht blies, een grijze, natte wind die de aarde deed glinsteren met vocht, een wind die enkel de regen duldde, en die zich nestelde in de harten van de mensen, kleine mensen onder een kolossale hemel.

Within a few years life will start narrowing my choices for me, but as it is, I’m still able to make them, and making them, although like I said, for not much longer.

I’ll die at age eighty-two, per an old crone-palmist in need of a few rupees, I myself in no need particularly, perhaps only trying to get away from Sri Lanka’s gnats, diurnal, nocturnal, all the time, and breeding over the refuse washed ashore, beyond the coral reef and the first line of palm trees. Four times twenty years, spring – summer – fall – winter, which means I’m in late summer now, a meadowlark hovering above the stubbles of a harvested corn field, the first tinge of autumnal cold in the morning air.

My earliest memory is bringing home a Granny Smith from the Apple Club. That would have been early spring, a meadowlark hovering above the fields’ gleaming brown furrows, a wet breeze ante-carrying summer’s warmth. When in that endless repetition that is life, awareness coiled back upon itself once more, self-awareness, it is my duty to bring this apple home, me.

And a summer squall in small rivulets on the living room window, school again tomorrow. And the anguish of my parents, turning a last time in the hospital corridor, my duty now not to carry an apple home but to face my illness bravely. Was this the only time I saw them happy together, or simply together, not just in the same space? And my own anguish too, a classroom full of new kids.

Hardie is reading:

Alice Leccese Powers: Spain in Mind

Doris Lessing: The Summer Before the Dark

Hardie on the road:

Kilometers season 2011-2012

3539
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.